|
|
| Zoeken op deze website | |
| Abonneren op Nieuwsbrief | |
|
|
|
|
|
|
|
TanzaniaGeschiedenisHoewel Vasco da Gama al vijfhonderd jaar geleden voet aan wal zette in Kilwa, gelegen ten zuiden van Dar es Salaam, dateert onze kennis van de binnenlanden van Tanzania uit de periode 1850 tot 1870 toen ontdekkingsreizigers en missionarissen zoals Livingstone en Krapf deze gebieden geleidelijk in kaart brachten. Nadien nam, gedreven door de industriële revolutie, de economische belangstelling voor Oost-Afrika snel toe, mede ten gevold van de opening van het Suezkanaal in 1869. Met de toenemde economische belangstelling kwam in het Westen tevens de discussie over territoriale aanspraken op gang, die uiteindelijk in 1890 resulteerde in het Verdrag van Berlijn, waarbij tussen Engelsen en Duitsers de grenzen van het huidige Tanzania werden overeengekomen en het gebied onder Duits gezag werd geplaatst. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd Duitsland gedwongen haar koloniën op te geven en kwam Tanganyika onder Brits mandaat. In 1962 werd Tanganyika onafhankelijk, gevolgd door Zanzibar in 1963 en in 1964 kwam tussen beide landen de Verenigde Republiek Tanzania tot stand. Sindsdien is er sprake van een langzame maar gestage economische ontwikkeling en van een grote homogeniteit en stabiliteit. Oudheid en Middeleeuwen Vanaf de 9e eeuw vestigden zich Arabieren langs de kust, en door
de vermenging van de Bantoe-talen en het Arabisch ontstond het
Kiswahili, een handelstaal of ‘lingua franca’ die door vrijwel alle
autochtone bewoners van Tanzania begrepen en gesproken werd.
Portugezen overheersten de handel tussen 1498 en 1828, toen zij
definitief werden verslagen door de Arabieren. Duitse overheersing De kolonisatie van Tanganyika door de Duitsers verliep vrij moeizaam, vooral in het binnenland. Belangrijk voor het gebied was wel de aanleg van een spoorlijn van de kust naar een vruchtbaar gebied in de buurt van de Kilimanjaro. De bouw van de spoorlijn begon in 1891 en duurde tot 1911. Verder werd de verbouw van handelsgewassen als koffie en sisal gestimuleerd en gefinancierd. Katoen leverde door de matige grondkwaliteit niet zoveel op, en toen men toch werd gedwongen om in de zuidelijke kustgebieden katoen te verbouwen, brak in 1905 de Maji Maji-opstand uit. Dit kostte meer dan 70.000 Tanganyikanen het leven, niet alleen door oorlogshandelingen maar ook door honger en ziekte. De Duitsers zagen echter al snel in dat dwangarbeid hier niet werkte en stimuleerden de kleinschalige Afrikaanse landbouw, met als bijkomend gevolg dat de onrust onder de bevolking sterk afnam. Hierdoor kon bijvoorbeeld de katoenteelt zich goed ontwikkelen ten zuiden van het Victoria-meer, het woongebied van de Sukuma. De handel in katoen werd aan het eind van de negentiende eeuw vrijwel geheel geregeld door Aziatische handelaren. Tanganyika onder Brits mandaat Bij het vredesverdrag van 1919 werd echter bepaald dat Duitsland haar aanspraken op Oost-Afrika en alle andere koloniën moest opgeven. Vervolgens werd Tanganyika onder Brits mandaat geplaatst, met dien verstande dat het gebied Rwanda-Urundi in Belgische handen viel. De Britten vonden hun nieuwe mandaatgebied echter absoluut niet interessant en in combinatie met de economische wereldcrisis leed de Tanganyikaanse landbouw zwaar onder het uitblijven van investeringen en de dalende exportprijzen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het weer wat beter met de Tanganyikaanse economie. De Britse troepen in Oost-Afrika hadden veel voedsel nodig, maar ook rubber. Ook na de oorlog bleef Tanganyika voor de Britten interessant, omdat door de onafhankelijkheid van India grote afzetgebieden waren weggevallen. Tanganyika op weg naar zelfstandigheid In 1956 reisde Julius Kambarage Nyerere, de latere president, naar de Verenigde Naties in New York om daar de zelfstandigheid van Tanganyika te bepleiten, waar hij een groot voorstander van was. Uiteindelijk erkenden de Verenigde Naties het recht op zelfbeschikking en ook Nyereres nationale politieke beweging Tanganyika Africa National Union (TANU) werd erkend als een nationale politieke beweging. Dit verlangen naar onafhankelijkheid dateerde al van de tijd tussen de twee wereldoorlogen en speelde in het hele land. Met name de door de Britten gehanteerde bestuursvorm ‘indirect rule’ zette veel kwaad bloed. Dit hield in dat de Britten lokale ‘chiefs’ aanstelde, ook in gebieden waar deze stamhoofden niet betekenden voor de gewone bevolking. De chiefs werden er dan ook van beticht te heulen met de kolonisator. Ook om economische redenen boterde het niet tussen de Britten en de Tanganyikanen. De productie van landbouwgewassen moest verder verhoogd worden en daarom werd de kleine boeren verdreven van hun grond voor de aanleg van grote plantages. Bovendien werd men gedwongen andere landbouwmethoden toe te passen, die door een gebrek aan kennis verkeerd uitvielen. Om zich aan de macht van de Britten en de chiefs te onttrekken, verenigden de boeren in de belangrijkste productiegebieden zich in coöperaties. Hierdoor werd de mogelijkheid om verzet te bieden ook groter. De Britten keken met gemengde gevoelens naar deze ontwikkelingen, die zowel voor- als nadelen met zich meebracht. Uiteindelijk echter zouden de coöperaties zich definitief tegen de Britse overheersers keren. Na de boeren kwamen de havenarbeiders in de steden in opstand tegen de Britten. Hun belangrijkste eis was loonsverhoging en zowel spoorwegarbeiders en onderwijzend personeel zouden uiteindelijk met de havenarbeiders mee staken. Om de stakingen niet over te laten slaan naar andere delen van het land besloten de Britten om concessies te doen. Ze gingen akkoord met de loonsverhoging en stonden de vorming van vakbonden toe. In 1955 werd de Tanganyika Federation of Labour (TFL), een federatie van verschillende vakbonden, opgericht, onder leiding van Rashidi Kawawa, de latere premier. In 1954 was er ook al een eerste nationale politieke partij opgericht, de Tanganyika African National Union (TANU), de opvolger van de in 1922 opgericht antikoloniale beweging Tanganyika African Association (TAA). Opkomst Julius Nyerere In 1959 kreeg Tanganyika voor het eerst een kabinet, met uiteindelijk vijf ministers van de TANU. In 1960 werden de algemene verkiezingen gewonnen door de TANU, met 70 van de 71 zetels, met Nyerere als minister-president. In mei 1961 kreeg het land volledig zelfbestuur en op 9 december 1961 werd het onafhankelijke Tanganyika uitgeroepen, met Nyerere als president. Onder Nyerere ging het aanvankelijk goed met Tanzania. Nyerere was populair en wist de eenheid onder de meer dan honderd bevolkingsgroepen te bewaren, met de TANU als bindmiddel. Hij trad zelfs een maand na de machtsoverdracht al weer af om de TANU over het hele land te organiseren. Zijn plaats werd ingenomen door oud-vakbondsleider Rashidi Kawawa, die meteen het koloniale bestuurssysteem op de schop nam. Ontwikkelingen op Zanzibar In januari 1964 kwam de zwarte bevolking in opstand tegen de onderdrukkende Arabieren en de sultan werd weggejaagd. Duizenden Arabieren werden afgeslacht en anderen vluchtten naar Oman en andere Golfstaten. De macht was nu in handen van de Afro-Shirazi Party (ASP), waar ook Afrikanen van het vasteland en Arabieren deel uitmaakten. Het nieuwe regime, onder leiding van sjeik Abeid Karume, knoopte nauwe banden aan met communistische landen als de DDR en China, dit tot grote bezorgdheid van de Verenigde Staten. Het was tenslotte de tijd van de Koude Oorlog en men wilde een tweede ‘Cuba’ koste wat kost voorkomen. Nyerere werd onder druk gezet van de Amerikanen om een unie aan te gaan met Zanzibar en Pemba, en op 22 april 1964 was het inderdaad zover: Tanganyika en Zanzibar vormden samen de United Republic of Tanzania, waarbij Zanzibar wel een grote mate van autonomie behield. Die autonome positie zorgt echter tot op de dag van vandaag voor problemen. Zo heeft Zanzibar een eigen president en een eigen regering. De president van Zanzibar is bovendien nog vice-president van de Verenigde Repubiek Tanzania. In de loop der jaren zijn er verschillende pogingen tot een staatsgreep geweest, onder meer in 1984 en in 1988. Karume werd al in 1972 vermoord; hij werd opgevolgd door Aboud Jumbe. Deze staatsgrepen ontstonden door ontevredenheid, want met de economie van Zanzibar ging het veel slechter dan met de economische toestand van Tanzania. Ook de grote verschillen tussen de Afrikaanse en Arabische bevolkingsgroepen speelden hierin een grote rol. Ook de verhoudingen tussen het hoofdeiland Unguja en Pemba zijn verre van goed te noemen. Door de voorbereiding op een meerpartijenstelsel in 1992 werd er door eilandbewoners een proces van afscheiding op gang gebracht werd. De eerste verkiezing onder het nieuwe stelsel werd in 1993 op Zanzibar gehouden. De verkiezingen werden gewonnen door de Revolutionaire Partij van Tanzania (CCM), maar geboycot door bijna de gehele oppositie. President Nyerere Bovendien was hij ook een beetje bang voor zijn eigen positie. Na de onafhankelijkheid bleef de economische ontwikkeling achter bij de gewekte verwachtingen en dat kwam zijn populariteit niet ten goede. Met name de vele miljoenen kleine boeren hadden het niet breed en kregen bijna geen aandacht van de regering. Ook de industriële ontwikkeling bleef ver achter en de afzet van agrarische producten naar het buitenland stokte. Binnenlandse onrust leidde in 1964 tot een muiterij van het leger en in 1966 tot problemen op de universiteit van Dar-es-Salaam. Met behulp van Britse troepen en Nyereres verbale talenten werden deze crises echter snel bezworen. Op 5 februari 1967 werd door het uitvoerend comite van de TANU de Verklaring van Arusha gepubliceerd. Enkele hoofdpunten van het toekomstige beleid waren self-reliance (vertrouwen op eigen kracht) en ‘ujamaa’ (familiezin). Verder waren erin opgenomen een leiderschapscode en kenmerken van het Tanzaniaanse socialisme: een actieve rol voor de staat, geen uitbuiting van de boeren meer en men mocht niet meer afhankelijk zijn van het buitenland. Meteen na het uitkomen van de Verklaring werden alle banken en veel grote bedrijven genationaliseerd. Opvallend waren verder de oprichting van zogenaamde Ujamaa-dorpen, die stoelden op de oude waardes en tradities van de familiegemeenschappen op het platteland. In de dorpen kon ook de grond gezamenlijk bewerkt worden en allerlei sociale voorzieningen konden gemakkelijker gerealiseerd worden. Het gevolg hiervan was een massale volksverhuizing van meer dan 3 miljoen Tanzanianen die naar de nieuwe dorpen verhuisden. Zowel nationaal als internationaal werden de plannen van Nyerere met groot enthousiasme ontvangen. Jaren zeventig en tachtig In 1977 gingen de TANU en de Afro-Shirazi Partij van Zanzibar op in de CCM, de Chama Cha Mapinduzi, de Partij van de Revolutie. Intern was het ujamaa-project ook geen succes: door de toegepaste zwerflandbouw raakte de bodem al snel uitgeput met als gevolg een teruglopende landbouwproductie. Bovendien was de grond in de buurt van de nieuwe dorpen lang niet altijd geschikt voor landbouw en was er vaak een tekort aan water. Ook de opheffing in 1976 van de boerencoöperaties was geen slimme zet. Hun taak werd overgenomen door staatshandelsondernemingen, die al snel bol stonden van de corruptie, inefficiëntie en bureaucratie. Al deze factoren leidden tot een diepe crisis in de Tanzaniaanse samenleving. De Tanzanianen verloren het vertrouwen in hun leiders, wat nog versterkt werd door voortdurende inflatie en achterblijvende loonsverhogingen. Bijna iedereen was genoodzaakt er nog wat bij te klussen en van het eens zo socialistische bolwerk in Afrika was weinig meer over. Vanaf begin jaren tachtig van de vorige eeuw kwam er voor het eerst openlijk verzet tegen partij en regering. In 1979 brak oorlog uit met buurland Oeganda, nadat troepen van dictator Idi Amin Tanzania waren binnengevallen. Tanzaniaanse troepen verdreven Amin met behulp van Oegandese ballingen. Zo werd er in 1982 een vliegtuig gekaapt, waarvan de kapers het aftreden van de regering eisten. Nog geen jaar later werd er een complot tegen de regering ontdekt, maar ook nu had dat geen gevolgen voor de regering van Nyerere. Nyerere werd in 1985 opgevolgd door Ali Hassan Mwinyi, omdat echte economische hervormingen zeer gewenst waren. Ondanks beschuldigingen van zaken als corruptie en machtsmisbruik bleef Mwinyi tien jaar op zijn post zitten en loodste Tanzania door een in alle opzichten moeilijke periode heen. Hij voerde economische hervormingen door en er kwam ook wat meer politieke vrijheid. Jaren negentig In 1995 werden er voor het eerst verkiezingen gehouden sinds de jaren zestig, waar meerdere partijen aan meededen. De verkiezingen werden gewonnen door Benjamin Mkapa van de CCM, volgens velen door een gebrek aan beter. Mkapa was de vervanger van Ali Hassan Mwinyi. Aan de chaotische verkiezingen werd deelgenomen door vijftien partijen, en deze politieke verdeeldheid speelde Mkapa uiteraard in de kaart. De onregelmatigheden bij de verkiezingen spanden in de hoofdstad Dar-es-Salaam de kroon: ze moesten daar dan ook worden overgedaan. Uiteindelijk kreeg de CCM 215 van de 265 zetels. Het kabinet dat door Mkapa werd samengesteld was wel zeer verrassend; veel technocraten en de oude garde werd bijna helemaal afgeserveerd. Ook waren bijna alle regio’s in het kabinet vertegenwoordigd. Op 14 maart 1996 wijdden de presidenten van Tanzania, Kenia en Uganda het secretariaat in van de East Arican Co-operation in Arusha. Ook de nieuwe EAC heeft als doel te komen tot een nauwe samenwerking op het gebied van transport, communicatie, landbouw, veeteelt, visserij, industrie en nog wat andere, minder belangrijke economische sectoren. In mei 1996 werd president Salmin Amour van Zanzibar beëdigd als lid van de Unieregering. Eind 1997 en begin 1998 werd Tanzania getroffen door zware overstromingen, waardoor wegen werden vernield en oogsten verloren gingen. Aan het eind van 1998 liep de voedselvoorziening voor 300.000 mensen gevaar, vooral in de oostelijke en noordelijke regio, door droogte en een plantenziekte die een deel van de oogst vernielde. In augustus van dat jaar pleegde de terreurbeweging Al-Qaida van Osama bin Laden een aanslag op de Amerikaanse ambassade in Dar-es-Salaam. Er vielen twaalf doden en meer dan tachtig gewonden. Op 14 oktober 1999 overleed oud-president Nyerere, die tot voor zijn overlijden als bemiddelaar geprobeerd heeft een eind te maken aan de burgeroorlog in buurland Burundi. Tanzania herbergde 300.000 Burundese vluchtelingen en ving in 1999 ook nog zeker 120.000 vluchtelingen uit de Democratische Republiek Congo op. 21e eeuw Eind januari 2001 riep de oppositie op tot vreedzame demonstraties, die echter uit de hand liepen en op Pemba tot 30 doden tot gevolg hadden. Met spanning werd er daarom uitgekeken naar deelverkiezingen op Pemba in mei 2003. De verkiezingen verliepen vreedzaam en democratisch, met als grote winnaar de CUF, die alle zetels won. In feite bepalen slechts twee politieke partijen het politieke toneel in Tanzania, daarnaast is er een aantal kleinere partijen. De twee belangrijkste zijn de Chama Cha Mapinduzi (CCM) en de oppositiepartij Civic United Front (CUF); de laatste heeft vooral op Pemba en in de kuststreken onder Moslims veel aanhangers. Bij de verkiezingen in 2005 gingen 197 van de 223 zetels in het parlement naar CCM en won CCM- presidentskandidaat Jakaya Kikwete met 80% van de stemmen. De CUF bezet momenteel 19 zetels in het parlement. In 2008 wordt het hoofd van de centrale bank Daudi Ballali ontslagen en in februari wijzigt de president de regering, allemaal vanwege corruptieschandalen. Historische achtergrond:
Voor meer algemene informatie over Tanzania, ga naar:
Voor meer bestemmingsinformatie over Tanzania, ga naar: Voor meer product informatie over Tanzania, ga naar: |
|
|||||||||||||||
|
||||